p/a Genootschap “Oud Noordwijk”
Jan Kroonsplein 4
2202 JC Noordwijk
Gemeenteraad van Noordwijk
Postbus 298
2200 AG Noordwijk
Noordwijk, 21 augustus 2009
Betreft: Cultuurnota
Geachte dames en heren,
Op 13 augustus 2009 is door de vier instellingen die in Noordwijk actief zijn op het gebied van het culturele erfgoed het Platform Cultureel Erfgoed Noordwijk (PCEN) opgericht. Dit platform bestaat uit de volgende organisaties:
Genootschap “Oud Noordwijk”;
Stichting Atlantikwall Museum Noordwijk;
Stichting Veldzicht;
Vereniging “De Oude Dorpskern”.
In de bijgaande oprichtingsnotitie (zie Bijlage 1) hebben wij enige kenmerken van onze organisaties beschreven, evenals de achtergrond om te komen tot de oprichting van het Platform.
Wij kunnen niet verhullen dat de directe aanleiding hiervoor de aanstaande vaststelling van de (concept) Cultuurnota betreft. Onze organisaties maken zich hierover grote zorgen. Zeker nu wordt voorgesteld om de gemaakte keuzes in deze Cultuurnota voor 4 jaar vast te leggen, tot het jaar 2013.
In de Cultuurnota (het kader, pagina 6 en 7) wordt beschreven dat het Rijk en de provincie Zuid-Holland grote waarde hechten aan het cultuurhistorische erfgoed. Wij ervaren dat ook in de praktijk, onder andere via de samenwerking met het Erfgoedhuis.
Ook in het Coalitieakkoord 2006-2010 is onder het kopje ‘cultuur/evenementen’ nadrukkelijk omschreven dat er aandacht zal zijn voor cultuurhistorie:
“Er wordt geïnvesteerd in een culturele schaalsprong, waarbij Noordwijk zich ontwikkelt tot een badplaats met allure en een aantrekkelijk cultureel en kunstzinnig klimaat. Mogelijkheden zijn nationale festivals op het gebied van schilderkunst, muziek en film, maar ook aandacht voor cultuurhistorie.”
Gezien het bovenstaande hadden wij hoge verwachtingen wat betreft de Cultuurnota. Zowel wat betreft de aangekondigde hoge ambities als bij de voorstellen voor het cultuurhistorische gedeelte. Helaas pakt dat geheel anders uit. De Cultuurnota is vooral gericht op “kunst en cultuur”, waarbij “het erfgoed” nauwelijks aandacht krijgt. Wij achten dit in tegenspraak met het coalitieakkoord en de interesse van de Noordwijkers. Juist wat betreft onze eigen historie ervaren wij een buitengewoon grote en zelfs ieder jaar nog toenemende belangstelling vanuit de Noordwijkse bevolking.
Met trots durven wij dan ook te stellen dat het GON alleen al ruim 2550 donateurs en 120 actieve vrijwilligers telt en hiermee voor zover wij weten de grootste lokale cultuurhistorische vereniging van Nederland is!
Wij hebben de volgende vragen over / reacties op de Cultuurnota:
Ten eerste hebben wij onlangs begrepen dat een van de ingehuurde opstellers van de Cultuurnota nauw betrokken is bij o.a. Opera aan Zee en het Noordwijkse Schilderfestival. Dit achten wij in het kader van de vereiste objectiviteit jegens alle andere organisaties uiterst merkwaardig en ongewenst.
Hoe het ook zij, in ieder geval constateren wij, zoals al eerder gesteld, een volstrekt eenzijdige nadruk op “kunst en cultuur” in de Cultuurnota.
Ten tweede is in het kader van de opstelling van de conceptnota met geen van onze vier organisaties gesproken.
In de visie wordt op pagina 38 gesproken van een beperkte toegankelijkheid voor het publiek in het museum Noordwijk. De toegankelijkheid voor het publiek is echter ongeveer 10 maanden 6 dagen in de week!
Tevens wordt in die alinea vermeld dat het Museum aandacht moet besteden aan belangwekkende kunstenaars, die in Noordwijk hebben gewerkt. Dit is reeds een van de doelstellingen van het genootschap “Oud Noordwijk” en de afgelopen exposities bewijzen dat dit onderwerp hoog op de agenda staat. Hedendaagse en kunstenaars uit het verleden zijn meerdere malen in het programma van het museum opgenomen.
Tevens zijn bijvoorbeeld de medio 2008 al aanwezige en uitgekristalliseerde uitbreidingsplannen van het Atlantikwallmuseum niet eens vermeld in de Cultuurnota. Ook aan het Torenklimproject van de Oude Dorpskern wordt nauwelijks aandacht besteed.
Tegelijkertijd worden voor het gedeelte “kunst en cultuur”wel allerlei nog niet eens bestaande plannen bedacht en uitgebreid beschreven. Erger: in “1.16 Aandacht voor cultuurhistorie” (de visie, pagina 36 en 38) wordt het woordje ‘Atlantikwall’ 1 x in een opsomming genoemd en verder wordt er in deze cruciale paragraaf helemaal niets over vermeld. Dat achten wij onacceptabel en over het vrijwel negeren van dit museum dat inmiddels al 17.000 bezoekers heeft getrokken verlangen wij dan ook uitleg.
Ten derde wordt nadrukkelijk iedere keer verwezen naar het VNG-ringenmodel. In de Cultuurnota is deze ook afgedrukt (het kader, pagina 9; zie Bijlage 2). Echter het VNG document, dat ook door andere gemeenten wordt gebruikt in hun Cultuurnota’s, verschilt met het door de samenstellers gebruikte model (zie Bijlage 3). Dat is opmerkelijk.
In het VNG-model vormen de ‘festivals’ de kern (binnen ring 1) en zijn blijkbaar van groot belang voor de gehele culturele infrastructuur van een gemeente: film, media en letteren, cultureel erfgoed, beeldende kunst en bouwkunst, amateurkunst en kunsteducatie, en podiumkunsten. In het door Noordwijk gehanteerde VNG-model zijn de festivals alleen toegevoegd bij podiumkunsten!
Verder wordt in het Noordwijkse model onder ‘Cultuurbehoud’ in ring 1 gezet: “monumentenzorg, archieven”. In het VNG-model is in ring 1 van ‘Cultureel erfgoed’ gezet: “monumenten, oudheidkamer, archieven, archeologie”. Dat is veel uitgebreider.
Overigens is ook de “lokale radio-omroep” bij het Noordwijkse model in ring 2 geplaatst terwijl deze in het VNG model in ring 1 staat.
De verschillen zijn in ieder geval ten nadele van ‘het erfgoed’ en ten voordele van ‘kunst en cultuur’. Het bovenstaande bevreemdt ons dan ook zeer en vraagt om een antwoord.
Ten vierde wordt wat betreft de festivals (1.10 Uitbouwen bestaande festivals; de visie, pagina 23) het volgende gesteld:
“De bestaande festivals Opera aan Zee, Kunstklank en het Schildersfestival zijn nu in belangrijke mate verantwoordelijk voor het profiel van culturele badplaats Noordwijk. Zij zijn ook de aangewezen instellingen om dat profiel te versterken.”
Niet alleen wordt het begrip “festival” uit het VNG-ringenmodel (zie onder ten derde) hiermee gemonopoliseerd voor het deel “kunst en cultuur”, maar bovendien bepalen blijkbaar alleen festivals het culturele profiel van onze gemeente. Wij zijn het met beide zaken principieel oneens.
Ten vijfde wordt naar believen door de opstellers van de Cultuurnota wel of geen gebruik gemaakt van het ringenmodel. Allerlei voorzieningen die in ring 3 (dus voor gemeenten met meer dan 90.000 inwoners) zijn geplaatst en die passen binnen “kunst en cultuur” zoals een museum voor moderne kunst (de visie, pagina 31 en 32), kunstenaarsbeleid (de visie, pagina 14 en 21), ateliers (de visie, pagina 33) etc. worden gepromoot, terwijl onze activiteiten en plannen die in ring 1 en 2 thuishoren geen prioriteit hebben en niet of nauwelijks worden genoemd of ondersteund. Wij vinden dat vreemd.
Ten zesde het stichten van een museum/kunsthal voor moderne en/of hedendaagse kunst (de visie, pagina 31 en 32); overigens een item uit ring 3. Tijdens de inspraakreactie op 1 juli is door het Genootschap “Oud Noordwijk” al gesteld dat een apart museum hiervoor een te ambitieus idee is voor Noordwijk. Versterking en uitbreiding van het bestaande museum, waar oud en nieuw samen komen met mogelijkheden tot expositie van uiteraard ook moderne kunst en andere kunstuitingen, is een uitdaging die het GON wel graag wil aangaan.
Indien ook het 2de rijksmonument aan zee, namelijk de Kapel in de Hoofdstraat, hierin kan worden betrokken, kan er een ‘cultureel hart aan zee’, worden gecreëerd.
Ten zevende: kunst in openbare ruimte (de visie, pagina 25). Voorgesteld wordt het instellen van een fonds (soort 1% regeling bij openbare gebouwen) voor de aankoop van hedendaagse beeldende kunst. Wij vragen ons af waarom deze alleen hedendaagse kunst zou moeten betreffen. Er zijn nog voldoende prachtige schilderijen/objecten van het oude Noordwijk op de markt die ons inziens verworven moeten worden. En ook figuratieve kunst over ons verleden of historische beelden van beroemde overleden Noordwijkers dragen bij aan de beleving van kunst in de openbare ruimte.
Ten achtste wordt in de SWOT-analyse (het kader, pagina 10) het feit dat het Genootschap “Oud Noordwijk” /Noordwijk Museum volledig op vrijwilligerswerk berust als een bedreiging gezien! Wij achten dit een opmerkelijke uitspraak. Zeker omdat de gemeente Noordwijk kritisch is met het verstrekken van subsidies aan onze erfgoed-instellingen.
Bij “kunst en cultuur” zien wij wel in toenemende mate dat de zak met geld opengaat. Een voorbeeld is de verlening van een aanzienlijke gemeentelijke subsidie aan de Beeldenboulevard waardoor aan een professioneel bureau een bedrag van ongeveer € 15.000 (gemiddeld over de jaren 2007 en 2009) wordt betaald voor de organisatie. Wilt u dat alle Noordwijkse verenigingen en festiviteiten op deze manier door professionals worden geleid en betaald? Gaat dat ook gelden voor onze erfgoed-instellingen? Wij vragen ons overigens af of dit de weg is die we moeten inslaan.
Ten negende de aanstelling van een cultuuraanjager. Ook hierover heeft het Genootschap “Oud Noordwijk” tijdens de inspraakmogelijkheid op 1 juli namens drie organisaties al een reactie naar voren gebracht. De meeste activiteiten worden ontwikkeld en komen voort uit particulier initiatief; hiervan zijn ook voorbeelden te over. De ontwikkelingskosten en risico’s hiervan worden gedragen en bekostigd door vrijwilligers en de organisaties.
Door hun inzet en doorzettingsvermogen heeft Noordwijk een groot aantal culturele activiteiten verkregen; allemaal zonder ambtenaren en cultuuraanjagers. Wij hebben geen enkele behoefte aan meer ambtenaren en verzoeken u om het geld dat hierdoor bespaard wordt, beschikbaar te stellen aan alle organisaties uit het culturele veld.
Ten tiende de ambities en actieprogramma’s van de gemeente Noordwijk. Er wordt gesteld dat de culturele basisvoorzieningen Museum Noordwijk en Streekmuseum Veldzicht zullen worden ondersteund en versterkt. Het Platform Cultureel Erfgoed Noordwijk constateert dat er niet wordt aangegeven hoe of op welke wijze dit gestalte krijgt.
Terwijl tegelijkertijd wel concreet de gemeentelijke bijdrage voor bijvoorbeeld de publieksmanifestaties die onder de stichting Zomerkunst vallen worden verdubbeld.
Wij willen graag duidelijkheid hieromtrent.
Ten elfde vragen wij ook uw aandacht voor de visserij, de kruidenteelt, de bollencultuur en het toerisme. Belangrijke onderdelen van onze cultuurhistorie! Hierover lezen wij vrijwel niets; alsof deze economische activiteiten niet aan de basis hebben gestaan van de welvaart en de bloei van ons dorp! En om op de bloemen- en bollenteelt door te gaan: de beide Bloemencorso’s, de Mooiste File en zelfs de Tulpenrallye behoren tot ons culturele erfgoed.
Deze evenementen trekken tienduizenden bezoekers en het is onbegrijpelijk dat hierover met geen woord wordt gerept. Zeker de bloemencorso’s horen in deze Cultuurnota, op een respectvolle plaats!
Maar ook bijvoorbeeld (de activiteiten van) onze Oranjeverenigingen verdienen gezien de lange historie en traditie een vermelding.
Ten twaalfde wordt in de tekst van de Cultuurnota meerdere malen verwezen naar de verbondenheid met het monumentenbeleid (het kader, pagina 17; de visie, pagina 7) en evenementen/toerisme.
Wij herkennen en ondersteunen deze sterke relaties tussen cultuur, monumenten en evenementen. Vanuit dat kader begrijpen wij in het geheel niet waarom de Cultuurnota, vooruitlopend en los van de nog komende Evenementennota en Monumentennota nu al moet worden vastgesteld. Wij pleiten daarom voor een integrale behandeling van deze nota’s en een simultane besluitvorming hierover!
Overigens is het wellicht praktisch om volgend jaar na de verkiezingen, bij het nieuw te vormen College, de beleidsonderdelen Cultuur, Evenementen en Monumenten bij een wethouder onder te brengen.
Ten dertiende lijkt het er op dat de financiële consequenties (extra uitgaven) van deze Cultuurnota € 250.000,-- bedragen (het kader, pagina 23). Volgens onze inschatting zal hiervan, gezien de gestelde prioriteiten in de Cultuurnota en de reeks van gedane suggesties, het allergrootste deel naar ‘kunst en cultuur’ gaan en nauwelijks iets naar ‘het erfgoed’. Wij kunnen hiermee niet akkoord gaan.
Afrondend. In de Cultuurnota wordt gesteld dat Noordwijk een schat aan cultuurhistorie in handen heeft en dat onze instellingen fungeren als schatbewaarders van de historie van Noordwijk. Daarmee zijn wij het in ieder geval eens. Wij denken dat juist dit gegeven zorgt voor een buitengewoon grote betrokkenheid van de bevolking bij het Noordwijkse culturele erfgoed en onze organisaties. Het culturele kapitaal van ons dorp wordt immers mede bepaald door de organisaties die bij het Platform Cultureel Erfgoed Noordwijk zijn aangesloten. Het zijn ook deze organisaties die ieder met hun eigen achtergrond en identiteit mede bepalend zijn.
Noordwijk is onlosmakelijk verbonden met prachtig cultureel erfgoed: de Oude Jeroenskerk, de toren, het beschermd dorpsgezicht rond de Voorstraat, Museum Noordwijk, de Kapel, Streekmuseum Veldzicht, het Atlantikwallmuseum, de visserij, de kruidenteelt, de bollencultuur etc.
Het is dus niet alleen “kunst en cultuur” waar de gemeente op in hoort te zetten. Een hoogwaardige culturele infrastructuur heeft volgens ons als basisinhoud “kunst, cultuur en erfgoed”!
De gemeente Noordwijk behoort in de Cultuurnota daarom een meer evenwichtige balans te presenteren dan thans het geval is.
Deze Cultuurnota is te subjectief en te zeer gericht op kunst en cultuur voor een elitair publiek. Met een te grote aandacht voor Opera aan Zee, Kunstklank, Schildersfestival, Beeldenboulevard, moderne kunst, het faciliteren van hedendaagse kunstenaars, het indirect subsidiëren van kunstprofessionals, extra geld voor ambtenaren/ cultuuraanjagers, etc.
En gezien al het bovenstaande is deze Cultuurnota niet objectief wat betreft de samenstellers en de inhoud, en te weinig gericht op de interesses van een breed publiek. Er is onvoldoende aandacht voor cultuurhistorie, onze ‘roots’, de erfgoed-instellingen, initiatief vanuit de bevolking, extra geld voor activiteiten, integraal beleid met links naar monumenten en evenementen, etc.
Wij verzoeken u daarom nadrukkelijk deze (concept) Cultuurnota niet vast te stellen, en al helemaal niet voor de periode 2009-2013. Het onderhavige concept behoeft herschrijving, waarbij aan het cultuurhistorische erfgoed de aandacht wordt besteed die het verdient. De ongeveer 3000 leden/donateurs en de circa 250 actieve en enthousiaste vrijwilligers van onze vier organisaties gezamenlijk vormen daarvoor misschien wel de sterkste onderbouwing.
Wij zijn gaarne bereid om aan een meer integrale en objectieve Cultuurnota onze medewerking te verlenen!
Hoogachtend,
Anton Kors, voorzitter Genootschap “Oud Noordwijk”
Victor Salman, voorzitter Stichting Atlantikwall Museum Noordwijk
Jan Hoogeveen, voorzitter Stichting Veldzicht
Gerard van Stijn, voorzitter Vereniging “De Oude Dorpskern”
Bijlage
1: Oprichtingsnotitie Platform Cultureel Erfgoed
2: VNG-ringenmodel zoals opgenomen in Cultuurnota Noordwijk
:3: VNG-ringen